RvD501 (Radio501)

Home » Daverend Donderdag » 2013-02-21 – Laatste plaat van Donderslag was Nothing Compares to you van Sinead O’Connor op Radio501

2013-02-21 – Laatste plaat van Donderslag was Nothing Compares to you van Sinead O’Connor op Radio501

RVD501 on Twitter

Sinead O’Connor werd genoemd in de Donderslag muziekagenda.
Zij treedt op in Paradiso Amsterdam op 22 april 2013

.

.

Sinéad Marie Bernadette O’Connor (Dublin8 december 1966) is een Iers singer-songwriter. Haar voornaam wordt uitgesproken als ‘shi-need’.

O’Connor groeide op in Glenageary, een voorstadje van Dublin, als middelste van vijf kinderen. Ze was acht toen haar ouders, Sean en Marie O’Connor, na een moeizaam huwelijk gingen scheiden en het gezin daarbij in tweeën werd gesplitst. O’Connor bleef bij haar moeder die haar geestelijk, lichamelijk en seksueel mishandelde; na vier jaar kreeg ze er genoeg van en trok ze bij haar hertrouwde vader in. Een verbetering was dit niet want O’Connor veranderde in een rebelse tiener die van school spijbelde en winkeldiefstalletjes pleegde.

Op haar vijftiende werd O’Connor op een tuchtschool geplaatst; ze werd er aan het strenge regime van de nonnen onderworpen, maar ook ontwikkelde ze er haar muzikale kwaliteiten. Dit leidde tot een opname (Take My Hand) met de formatieIn Tua Nua die haar echter niet aannam vanwege haar leeftijd.
Een jaar later ging O’Connor naar een kostschool in Waterford waar de regels een stuk soepeler waren; met hulp van de leraar Iers nam ze er haar eerste demo op bestaande uit twee covers en twee eigen songs die later op haar debuutalbum kwamen te staan.

Via een advertentie die ze in het muziekblad Hot Press had geplaatst maakte O’Connor in 1984 kennis met Columb Farrelly. Samen richtten ze de band Ton Ton Macoute op en verhuisden ze naar Dublin; Sinead stopte met school om zich op haar zangcarrière te richten.

Ton Ton Macoute leunde op thema’s als hekserijmystiek en wereldmuziek; de naam was ontleend aan de zombies uit de Haïtiaanse mythen. O’Connor werd door het publiek omarmd als blikvangster en drijvende kracht. Ze stapte echter uit de band nadat haar moeder op 10 februari 1985 bij een auto-ongeluk om het leven kwam.

O’Connor verhuisde naar Londen en dankzij de met Ton Ton Macoute opgebouwde credits tekende ze een contract bij Ensign Records. Ze werd gekoppeld aan manager Fachtna O’Ceallaigh en nam Heroine op voor de soundtrack van de filmCaptive; dit nummer schreef ze met U2-gitarist The Edge.

O’Ceallaigh, een man met een uitgesproken mening over muziek en politiek, was voorheen werkzaam bij het door U2 opgerichte platenlabel Mother maar werd ontslagen nadat hij in een interview zijn werkgevers afkraakte. O’Connor werd hierdoor aangestoken en liet van zich spreken als pro-IRA en anti-U2 (vandaar het nummer This Is A Rebel Song).

Ook haar producer Mick Glossop moest het uiteindelijk ontgelden. Vier maanden zaten ze in de studio en ze konden het maar niet eens worden over hoe het debuutalbum moest klinken; uiteindelijk werden de opnamen vernietigd. Daar kwam ook bij dat de twintigjarige O’Connor zwanger was van de latere Transvision Vamp-drummer John Reynolds en dat de platenmaatschappij een abortus eiste. Dankzij de overtuigingskracht van O’Ceallaigh mocht O’Connor zelf haar album produceren. En om duidelijk te maken dat ze zich geen trendy image liet opdringen schoor ze haar hoofd helemaal kaal.

O’Connor is viermaal getrouwd geweest en ze heeft vier kinderen. In april 1999 nam zij haar dochter Róisín onbevoegd mee van vader John Waters. Zij had oorspronkelijk afstand gedaan van de zorg voor haar dochter. In 2002 maakte ze bekend biseksueel te zijn.

Advertisements

Radio501 on Twitter

%d bloggers like this: